Over Brood- en Banketbakkerij Hendriksen

Inkijkje in onze winkelBruin, wit en volkoren. Daar moesten Zettense broodliefhebbers het begin jaren dertig mee doen. Anton Hendriksen nam toen aan het Julianaplein een kleine bakkerij over.

Bijna tachtig jaar later is het broodhuis nog steeds in familiebezit. Opa Hendriksen kwam na wat omzwervingen in de Betuwe uiteindelijk in 1930 in Zetten uit, in een winkel van een kinderloos bakkersechtpaar. Toen zij stopten, nam hij het bedrijf over. “Zelfs in zijn vrije tijd was hij nog met zijn vak bezig. Dan ging hij ‘s avonds naar Oosterbeek. Daar woonden de gegoede gezinnen van de regio. Bij een chocolatier leerde hij alle kneepjes van het vak. De technieken bracht hij vervolgens in zijn eigen zaak in de praktijk.

In de Tweede Wereldoorlog werd de bakkerij met de grond gelijk gemaakt. Toch lukte het al snel weer om de draad op te pakken. In 1949 deed Arie Hendriksen zijn intrede in het bedrijf. Zijn vader probeerde hem over te halen om slager te worden. Dat vond hij niets, want het bakkersvirus had hem toen al in de greep. Arie heeft hier tot zijn 78e gewerkt en maakte daarmee zestig jaar bakkerschap vol.

Naarmate hij ouder werd, kreeg Arie meer verantwoordelijkheid. “Om vier uur ‘s nachts stond hij op om de eerste broden te bakken. In 1955 heeft Arie de bakkerij definitief overgenomen van zijn vader.”

Arie’s zoon Ton wilde het onderwijs in of naar de politieschool. Dat pakte echter heel anders uit. Ton licht toe: “Ook ik groeide op in de bakkerij. Sterker nog: ik ben er geboren. Toch was het niet mijn wens om bakker te worden. Mijn hart lag meer bij het onderwijs. Toen mijn vader mij vroeg om in de bakkerij te assisteren, stemde ik in. Ik mocht de leuke klusjes doen. Het cakebeslag maken en versieringen aanbrengen. Dat werk. Toen zag ik ook de leuke kanten van het vak. Daarom besloot ik al snel om het bakkersschort maar aan te houden.” In 1991 nam hij het bedrijf over van zijn vader.

Over ons - Bakkerij HendriksenOp een gegeven moment worden er bij Bakkerij Hendriksen ongeveer achthonderd broden per dag gebakken. Uit de ovens komen 25 verschillende soorten. Het werk van vroeger en nu is niet meer met elkaar te vergelijken. Neem alleen al de techniek. Een oven, deegmachine en amandelmolen. Dat was vroeger het hele machinepark. Tegenwoordig lachen ze daarom. Kijk alleen maar naar de soorten brood die we verkopen. Krentenbrood en rozijnenbollen waren toen nog luxe.

Om de concurrentie van supermarkten tegen te gaan, moeten wij brood van topkwaliteit bieden. Ons meel komt rechtstreeks uit Amerika en Frankrijk. Daar groeit het beste graan. Ook hebben we onze machines in de loop der jaren gemoderniseerd. Maar we hechten nog wel zwaar aan ambacht en traditie. Mijn opa ontwikkelde ooit zijn eigen schuimgebak volgens traditioneel familierecept. Tot op de dag van vandaag is dat gebak onze best verkochte taart. Ons schuimgebak zal nooit uit het assortiment verdwijnen.”

Ton hoeft niet bang te zijn dat zijn bakkerij in handen komt van iemand buiten de familie. Aan de opvolging is al gedacht. Zoon Ruben werkt momenteel ook in de bakkerij en zijn uiteindelijke doel is om de bakkerij over te nemen.
” Hopelijk kan ik de bakkerij net zo voortzetten als zij dat deden en nog doen. Dat lijkt me geweldig.”